Skip to main content

Dakrandbeveiliging steiger: veilig werken volgens de regels

Wat de wet van uw project vraagt

Een dakrandbeveiliging steiger is aan de orde zodra er met valgevaar op een dak wordt gewerkt, zoals bij onderhoud, dakbedekking, zonnepanelen of renovatie. De regels bepalen wanneer beveiliging verplicht is, aan welke eisen die moet voldoen en wie ervoor verantwoordelijk is.

Dakrandbeveiliging met een steiger: wat zeggen de regels?

Het wettelijk kader voor werken op hoogte

Vallen van hoogte is al jaren een van de belangrijkste oorzaken van ernstige ongevallen in de bouw, en de dakrand is daarbij een van de gevaarlijkste plekken. Daarom is dakrandbeveiliging streng geregeld. Een steiger is een van de meest toegepaste manieren om aan die regels te voldoen, maar welke eisen gelden er precies?

De regels rond dakrandbeveiliging komen uit meerdere bronnen. De Arbowet en het Arbobesluit leggen de basis, de NEN-normen stellen de technische eisen en de Arbocatalogus voor de bouw vertaalt dit naar de praktijk. Samen bepalen ze per daktype wat er van u als opdrachtgever, aannemer of uitvoerder wordt verwacht.

Wat is dakrandbeveiliging volgens de regelgeving?

Collectieve bescherming langs de dakrand

In de regelgeving valt dakrandbeveiliging onder collectieve valbeveiliging. De voorziening beschermt iedereen op het dak tegelijk, zonder dat de gebruiker zelf iets hoeft te doen. Een steiger die langs de gevel tot boven de dakrand doorloopt, voldoet daaraan: de leuning vormt een vaste afscheiding en de steigervloer dient tegelijk als werkplek.

Bij randbeveiliging via de steiger maken leuning, knieleuning en kantplank deel uit van de steigerconstructie zelf. Bij een daksteiger wordt die afscheiding afgestemd op de goothoogte en de vorm van het dak, zodat er langs de rand geen open plekken ontstaan.

In de praktijk worden randbeveiliging en dakrandbeveiliging vaak door elkaar gebruikt. Randbeveiliging is de verzamelnaam voor elke afscheiding langs een open rand, zoals bij een verdiepingsvloer, een trapgat of een steiger. Dakrandbeveiliging is de specifieke toepassing langs de rand van een dak, met eigen eisen per daktype.

Vrijblijvende offerte aanvragen

Wanneer is dakrandbeveiliging verplicht?

Arbobesluit artikel 3.16 en valgevaar vanaf 2,5 meter

De basis ligt in artikel 3.16 van het Arbobesluit. Daarin staat dat maatregelen verplicht zijn zodra er valgevaar is, en dat daarvan in ieder geval sprake is vanaf een valhoogte van 2,5 meter. Wanneer dakrandbeveiliging nodig is, hangt verder af van de situatie op het dak.

  • Werk op een dak met een valhoogte van 2,5 meter of meer
  • Werk binnen korte afstand van een onbeveiligde dakrand
  • Een dakrand zonder borstwering of dakopstand van voldoende hoogte
  • Lichtstraten, koepels en andere openingen in het dakvlak
  • Werk boven water of uitstekende objecten, ook bij minder hoogte
  • Het verplaatsen van materiaal over het dak richting de rand

In de Arbocatalogus Bouw en Infra zijn deze regels per werksoort uitgewerkt. Daarin staat welke randbeveiliging de bouw als goede praktijk hanteert. De richtlijnen voor steigers sluiten daar voor de steiger zelf op aan.

Welke eisen gelden voor dakrandbeveiliging op een plat dak?

Leuning, knieleuning en kantplank

Voor dakrandbeveiliging op een plat dak gelden duidelijke maten. De bovenleuning komt ten minste 1 meter boven het loopvlak uit, halverwege zit een tussenregel of knieleuning en onderaan een kantplank van minimaal 15 centimeter. Die kantplank voorkomt dat gereedschap of materiaal over de rand valt op mensen eronder.

De Europese norm NEN-EN 13374 deelt tijdelijke randbeveiliging in drie klassen in. Voor een plat dak of een dak met een helling tot 10 graden volstaat klasse A. Deze klasse moet iemand tegenhouden die tegen de leuning aan leunt of loopt, maar hoeft geen val over een schuin vlak op te vangen.

Een steiger als randbeveiliging op een plat dak voldoet hieraan wanneer de leuning over de volle lengte tot boven de dakrand doorloopt. Het dakvlak blijft zo vrij van klemmen of contragewichten, wat bij het vernieuwen van dakbedekking veel scheelt. Wel moet de aansluiting op hoeken en bij dakopstanden volledig sluitend zijn.

Welke eisen gelden voor dakrandbeveiliging op een schuin dak?

Opvangen in plaats van tegenhouden

Op een schuin dak ligt het risico anders. Wie uitglijdt, glijdt of rolt over het dakvlak naar beneden en komt met snelheid bij de goot aan. Dakrandbeveiliging op een schuin dak moet een val daarom niet alleen tegenhouden, maar ook opvangen.

NEN-EN 13374 maakt daarvoor onderscheid tussen klasse B en klasse C. Klasse B geldt voor daken tot 30 graden, of tot 45 graden bij een beperkte valhoogte langs het dakvlak. Klasse C is nodig bij daken tussen 30 en 45 graden, en bij een beperkte valhoogte tot 60 graden. Een steiger voor een schuin dak wordt daarom uitgevoerd met een vangscherm dat ruim boven de goot uitsteekt en berekend is op het opvangen van een glijdende persoon.

Voor werk hoger op het dakvlak is beveiliging aan de dakrand alleen niet altijd voldoende. Rond een schoorsteen, bij de nok of bij werk aan een dakkapel kan een aanvullend werkplatform of aanlijnvoorziening nodig zijn. Zo sluit de randbeveiliging van het dak aan op de plek waar daadwerkelijk wordt gewerkt.

Vrijblijvende offerte aanvragen

De rangorde van maatregelen bij werken op hoogte

De arbeidshygiënische strategie in de praktijk

De Arbowet schrijft een vaste volgorde voor bij het aanpakken van risico’s: de arbeidshygiënische strategie. Voor werken op hoogte ziet die volgorde er zo uit.

  • Het risico bij de bron wegnemen, bijvoorbeeld door werk vanaf de grond
  • Een collectieve voorziening, zoals een steiger met doorgetrokken leuning
  • Andere collectieve randbeveiliging, zoals klemmen of contragewicht
  • Collectieve opvang, zoals vangnetten onder het werkvlak
  • Persoonlijke valbeveiliging, zoals een harnas met ankerpunt
  • Instructie en toezicht op het juiste gebruik van alle voorzieningen

Een werkgever mag pas naar een volgende stap als de vorige redelijkerwijs niet mogelijk is. Persoonlijke valbeveiliging is dus geen gelijkwaardig alternatief voor randbeveiliging in de bouw, maar een laatste redmiddel. Het vraagt training, betrouwbare ankerpunten en voortdurende aandacht van de gebruiker.

Wie is verantwoordelijk voor dakrandbeveiliging?

Opdrachtgever, werkgever en uitvoerder

Bij dakrandbeveiliging zijn meerdere partijen betrokken, elk met een eigen verantwoordelijkheid. Het Arbobesluit legt die verdeling voor bouwprojecten vast, zodat duidelijk is wie wat regelt.

  • De opdrachtgever laat waar nodig een V&G plan opstellen in de ontwerpfase
  • De opdrachtgever wijst coördinatoren aan voor ontwerp en uitvoering
  • De uitvoerende aannemer werkt het V&G plan uit voor de uitvoering
  • De werkgever zorgt dat zijn mensen beveiligd op het dak werken
  • De steigerbouwer levert een steiger die aan de geldende normen voldoet
  • Werknemers gebruiken de voorzieningen zoals bedoeld en melden gebreken

De eindverantwoordelijkheid voor de veiligheid op het dak ligt bij de werkgever van de mensen die er werken. Bij steigerbouw voor aannemers wordt de dakrandbeveiliging daarom al in de werkvoorbereiding afgestemd, zodat iedere partij weet wat er staat en wie waarvoor verantwoordelijk is.

Vrijblijvende offerte aanvragen

Veelgestelde vragen over regels voor dakrandbeveiliging

Alles wat u moet weten

Hieronder beantwoorden wij een aantal veelgestelde vragen over de regels, normen en verantwoordelijkheden rond dakrandbeveiliging met een steiger.

Welke wet regelt dakrandbeveiliging?

De basis ligt in de Arbowet en het Arbobesluit, met artikel 3.16 als belangrijkste artikel over valgevaar. De technische eisen aan tijdelijke randbeveiliging staan in NEN-EN 13374 en de Arbocatalogus Bouw en Infra vertaalt dit naar de praktijk.

Wanneer is dakrandbeveiliging verplicht?

Zodra er valgevaar is, en in ieder geval vanaf een valhoogte van 2,5 meter. Bij extra risico, zoals werk boven water of uitstekende objecten, geldt de verplichting ook bij een lagere hoogte.

Hoe hoog moet de leuning van dakrandbeveiliging zijn?

De bovenleuning komt ten minste 1 meter boven het loopvlak uit. Daaronder zit een tussenregel of knieleuning en onderaan een kantplank van minimaal 15 centimeter.

Welke klasse randbeveiliging is nodig bij dakrandbeveiliging op een schuin dak?

Bij een dakhelling tot 30 graden volstaat meestal klasse B. Bij daken tussen 30 en 45 graden, of tot 60 graden bij een beperkte valhoogte, is klasse C nodig volgens NEN-EN 13374.

Mag een harnas randbeveiliging vervangen?

Alleen als collectieve maatregelen redelijkerwijs niet mogelijk zijn. Volgens de arbeidshygiënische strategie gaan steigers en randbeveiliging altijd voor op persoonlijke valbeveiliging.

Wie mag een steiger met dakrandbeveiliging monteren?

Volgens het Arbobesluit mag een steiger alleen worden opgebouwd, gewijzigd en afgebroken onder leiding van een deskundige en door vakmensen met een specifieke opleiding. De Steigerpas toont aan dat een steigerbouwer die opleiding heeft.

Controleert de Nederlandse Arbeidsinspectie op dakrandbeveiliging?

Ja. De Nederlandse Arbeidsinspectie controleert op bouwplaatsen gericht op valgevaar. Bij overtredingen kan zij een boete opleggen of het werk direct laten stilleggen.

Kan Steigercompany dakrandbeveiliging met een steiger verzorgen?

Ja. Steigercompany plaatst steigers als dakrandbeveiliging, ook wanneer u dakrandbeveiliging voor een schuin dak wilt huren. Montage, controle en demontage gebeuren altijd door eigen gecertificeerde steigerbouwers, tegen een vrijblijvend all-in tarief.

Tijdelijke dakrandbeveiliging bij veelvoorkomend dakwerk

Zonnepanelen, dakkapellen en dakbedekking

Tijdelijke dakrandbeveiliging staat er alleen voor de duur van het werk, maar de eisen zijn precies dezelfde als bij een langlopend project. Bij het plaatsen van zonnepanelen gaat het vaak om werk verspreid over het hele dakvlak en het aanvoeren van zware panelen. Een steiger voor zonnepanelen combineert daarom de beveiliging van de rand met een veilige route voor materiaal.

Bij een dakkapel ligt het werk juist geconcentreerd op één plek, soms hoog op het dakvlak. Een dakkapel steiger beveiligt dan zowel de dakrand als de werkplek rond de dakkapel. Bij het vernieuwen van dakbedekking loopt het werk tot aan de rand zelf, waardoor de beveiliging over de volle lengte moet doorlopen.

Beveiliging vastleggen in de planning

Omdat de beveiliging tijdelijk is, wordt ze bij de planning makkelijk vergeten of te laat geregeld. Door de dakrandbeveiliging op te nemen in het V&G plan en de werkplanning, staat de steiger klaar voordat het eerste werk op het dak begint. Zo wordt er op geen enkel moment zonder beveiliging gewerkt.

Vrijblijvende offerte aanvragen

Eisen aan montage, controle en plaatsing van de steiger

Van Steigerpas tot vergunning

De regels gaan verder dan de beveiliging zelf. Volgens het Arbobesluit mag een steiger alleen worden opgebouwd, gewijzigd en afgebroken onder leiding van een deskundige, door vakmensen met een specifieke opleiding. Na de montage en na bijzondere omstandigheden, zoals storm of een aanrijding, wordt de steiger gecontroleerd voordat er weer op gewerkt wordt.

Komt de steiger op de stoep of de openbare weg te staan, dan vraagt de gemeente meestal om een melding of vergunning voor de steiger. Ook afscherming voor voetgangers en verkeer onder de werkplek hoort daarbij. Die eisen gelden net zo goed bij randbeveiliging huren voor een klus van korte duur.

Bij dakrandbeveiliging huren via Steigercompany vallen montage, controle en demontage onder één verantwoordelijkheid. Eigen steigerbouwers met een geldig VCA-certificaat en Steigerpas bouwen de steiger op volgens de geldende normen, afgestemd op de planning van het dakwerk. Bij steigerbouw voor dakdekkers is die afstemming met de dakdekker een vast onderdeel van de voorbereiding.

Twijfelt u welke regels op uw project van toepassing zijn?

Samen de juiste oplossing bepalen

Bespreek uw project met onze specialisten, dan bepalen we samen welke dakrandbeveiliging met een steiger aan de regels voldoet.

Vrijblijvende offerte aanvragen